Regels en uitrusting

Spelreglement Onderwaterhockey

Onderwaterhockey is een sport die wordt gespeeld op de bodem van een zwembad door twee teams van zes spelers en vier wisselspelers.
Iedere speler draagt de basisuitrusting, bestaande uit zwemvinnen, duikbril en snorkel.
Het doel van het spel is een loden puck, met behulp van een onderwaterhockeystick en door snel samenspel, over de bodem van het bassin in het doel van de tegenpartij te spelen.

Het speelveld

Het speelveld is een rechthoek van 22 tot 25 meter lang en van 12 tot 15 meter breed.
De lengtezijden worden zijlijnen, de breedtezijden worden doellijnen genoemd. De doellijnen en de zijlijnen worden bij voorkeur gevormd door de wanden van het bassin.
In het midden van en op elke doellijn bevindt zich een doelstel. Het doelstel is een dun-metalen open bak van 336 cm lang, 30 cm breed en 18 cm hoog.
De voorzijde van de bodemplaat steunt in zijn geheel op de bodem van het bassin en loopt zodanig schuin omhoog dat aan de binnenzijde van het doelstel een DOELBAK ontstaat van 300 cm. lang, 12 cm. breed en 2 1/2 cm. diep en een DOELKOLOM van 300 cm. lang, 12 cm. breed en 18 cm. hoog.

De doelkolom

  • Met de achterzijde van de beide uiteinden van de doelbak als middelpunt, worden twee kwartcirkels getrokken in de richting van de zijlijnen, met een straal van 3 meter. Beide kwartcirkels worden met elkaar verbonden door een rechte lijn van 3 meter; de 3m-cirkel begrenst het strafpuckgebied.
  • Op een afstand van 5 meter van en evenwijdig aan beide doellijnen wordt een stippellijn getrokken, van zijlijn tot zijlijn. Deze lijn begrenst het 5m-gebied, dat een belangrijke rol kan spelen bij de uitvoering van de strafpuck.
  • Midden voor elk doel en op een afstand van 3 meter tot de doellijn ligt de strafpuckstip.
  • In het midden van het speelveld ligt de middenstip.
  • De lijnen behoren tot het gebied dat zij begrenzen.
  • Het speelveld ligt op een diepte tussen 200 en 400 cm. op de bodem van het bassin die vlak moet zijn of gelijkmatig oplopend, met een hellingshoek van maximaal 1 : 20.
  • Een communicatiemiddel voor de hoofdscheidsrechter moet aanwezig zijn, onder èn boven water zeer duidelijk hoorbaar.

De puck

  • De puck is een massieve, ronde, hardloden schijf die bij het begin van het spel een dikte 32 tot 34 mm. en een middellijn van 82 tot 84 mm. moet hebben. De puck mag aan beide zijden licht bol of hol zijn, en geheel of gedeeltelijk zijn voorzien van een beschermmantel. Het gewicht moet tussen de 1300 en 1500 gram bedragen.
  • Bij iedere officiële wedstrijd dienen twee voorgeschreven pucks door het organiserende of ontvangende team voor de aanvang van de wedstrijd ter beschikking van het scheidsrechtersteam te worden gesteld. Zij worden gecontroleerd door de scheidsrechters, waarna die bepalen met welke puck zal worden gespeeld.
  • De puck mag tijdens de wedstrijd slechts in uiterste noodzaak worden vervangen.

De stick

  • De stick is vervaardigd uit een soort massief hout of kunststof, en dient in water horizontaal te drijven. De stick is 250 tot 340 mm lang en aan de kopzijde 15 tot 20 mm dik; 70 tot 120 mm breed en 110 tot 180 mm lang.
  • Het handvat is 140 tot 160 mm lang en 20 tot 50 mm breed. Het uiteinde van het handvat moet duidelijk afgerond zijn en mag niet meer dan 25 mm. buiten de speelhand uitsteken (vrije puck).
  • De sticks van een team dienen zwart of wit te zijn, terwijl de scheidingsband tussen kop en handvat (of het gehele handvat) van tegenovergestelde kleur dient te zijn. De scheidingsband, de grens van het handvat en van het speelgedeelte van de stick, mag noch door de puck noch door de vingers (uitgezonderd de duim) worden overschreden (vrije puck).
  • De vorm van de stick is vrij indien men binnen de voorgeschreven minimum en maximum maten blijft.
  • De zijkanten van kop mogen een gelijk gebogen lijn vertonen, doch de kromming of de uitsparing mag bij een koplengte tot 15 cm. niet groter dan 10 mm. en tussen 15 en 18 cm. niet groter dan 15 mm.
  • Om die kromming of uitsparing aan te geven dient een rechte lijn te worden getrokken vanaf de scheidingslijn aan de zijkant van de stick, tot de naastgelegen ronding van de kop van de stick.
  • De twee hoeken van de kop dienen afgerond te zijn; die afronding dient een middellijn te hebben van 20 mm.
  • Het aanbrengen van een polsriem aan het uiteinde van het handvat van de stick is toegestaan, mits tegenspelers zich daaraan niet kunnen verwonden.

De spelers

  • Een team bestaat uit tien spelers, waarvan er zich ten hoogste zes tegelijkertijd in het water mogen bevinden.
  • Een officiële wedstrijd kan slechts worden aangevangen indien per team ten minste vier spelers zich in het water bevinden.
  • Het aantal spelers mag tot het einde van de speeltijd, met inbegrip van een eventuele verlenging, tot tien worden aangevuld.
  • Wanneer het aantal spelers van een team tijdens een wedstrijd -buiten eigen toedoen- daalt tot minder dan vier, dan wordt de wedstrijd gestaakt.
  • Indien een speler dusdanig is geblesseerd dat het spel en de tijdwaarneming noodzakelijkerwijs moesten worden gestopt, zal die speler geen toestemming krijgen verder aan die wedstrijd deel te nemen.
  • Het tijdens de wedstrijd verlaten van het speelveld en van de bijbehorende wisselplaats moet de hoofdscheidsrechter worden medegedeeld.
  • Een speler die het spel op onsportieve gronden verlaat, is voor de rest van de speeltijd uitgesloten.
  • Het betrokken team mag voltallig in het water blijven doorspelen, maar heeft een wisselspeler minder.
  • Iedere speler die het speelveld tijdens de wedstrijd (opnieuw) wil betreden, moet zich eerst bij de hoofdscheidsrechter melden voor het verkrijgen van toestemming (vrije puck).
  • De vrije puck moet worden genomen direct voor het midden van de 5m-lijn der overtredende partij.
  • Als het -speelveld- betredende spelers worden beschouwd diegenen die het team (weer) komen completeren of aanvullen.
  • Indien een speler door het spel buiten het speelveld komt, maar dit onmiddellijk weer binnenzwemt, geldt dit niet als een verlaten van het speelveld.
  • Al dan niet tijdelijk uitgesloten spelers mogen in geen geval worden vervangen gedurende de wedstrijd en eventueel daarbij behorende verlengingen.

Wisselspelers mogen tijdens een wedstrijd eerst dan te water gaan als de te wisselen spelers het water gehéél hebben verlaten.
De wisselspelers moeten plaatsnemen achter de eigen doellijn en geheel achter de rand van het bassin.
Het wisselen der spelers mag slechts vanuit deze plaats geschieden (foutieve wissel).
Tijdens de wedstrijd in het water springen of duiken is streng verboden (vrije puck).
Behalve de vier wisselspelers, de coach en een assistent mogen geen andere personen tot de wisselplaats worden toegelaten.
Het is de (assistent of) coach toegestaan het spel gedurende de wedstrijd in het water langs de aangewezen zijlijn te volgen. Foutief wisselen wordt bestraft met een officiële waarschuwing aan het betreffende team èn een vrije puck direct voor het midden van de 5m-lijn van de overtredende partij.
Bij het herhalen van een foutieve wissel wordt elke volgende speler bovendien bestraft met een uitsluiting van één minuut.
Indien een team een doelpunt scoort met meer dan zes spelers in het water, zal dit doelpunt niet worden toegekend.

  • De spelers van een team dragen uniforme, lichte of donkere badkleding, naar gelang de kleur van hun cap en stick.
    Het is de spelers toegestaan gebruik te maken van: een duikbril met twee (veiligheids)glazen, een niet metalen, buigbare snorkel en zwemvinnen van rubber of zachte kunststof, en alle van een gangbaar model.
    Ter bescherming van de speelhand is het dragen van een handschoen -zonder scherpe en harde delen- toegestaan, evenals het dragen van elleboog- en kniebeschermers, op dezelfde voorwaarden.
    Het dragen van een cap met oorbeschermers is verplicht.
    De witte of zwarte caps -al naar gelang de kleur der sticks- dienen zodanig te zijn genummerd dat géén van de teamleden eenzelfde nummer draagt.
    Armbanden, halskettingen, horloges, ringen, gespen en alle andere dingen die tijdens het spel gevaar kunnen opleveren, mogen niet worden gedragen, of moeten met kleefpleister -of soort gelijk materiaal- worden omwonden.
    De scheidsrechters moeten een en ander controleren voor de aanvang van het spel.
    Voordat een speler toestemming krijgt (weer) aan het spel deel te nemen, zullen de door de scheidsrechters geconstateerde onregelmatigheden hersteld moeten zijn (tijdelijke uitzondering).
  • De aanvoerders van de teams dienen duidelijk herkenbaar te zijn aan een om de bovenarm gedragen, gekleurde band. Slechts de aanvoerder heeft het recht gedurende een spelonderbreking een scheidsrechter te vragen naar de reden van:

    A. een al dan niet tijdelijke uitsluiting van een speler, of

    B. het toekennen van een strafpuck.

    Iedere discussie tijdens de wedstrijd is uitgesloten.

Het begin van de wedstrijd en de speelduur

  • Voor het begin van een wedstrijd stellen de beide aanvoerders zich aan elkaar en aan de scheidsrechters voor. Het thuisspelende team treedt aan met zwarte caps en sticks, terwijl de bezoekers met witte cap en stick spelen.
  • De wedstrijd vangt aan met een startpuck en wordt in nog nader te noemen gevallen hervat op dezelfde wijze.
    De uitvoering van de startpuck is als volgt:
    De spelers van beide partijen bevinden zich in het water en zij raken met tenminste één hand -boven water- de eigen doellijn aan. De puck ligt op de middenstip. Nadat de twee waterscheidsrechters door het opsteken van beide handen hebben aangegeven dat het spel kan worden begonnen (of hervat), geeft de hoofdscheidsrechter een (fluit)signaal, waarna de spelers hun doellijn mogen loslaten en zich onder water kunnen begeven om de puck te spelen.
    Indien één of meer spelers te vroeg starten, zal de startpuck steeds worden herhaald. Voordat de wedstrijd -of de tweede helft daarvan- dient te beginnen, zal de hoofdscheidsrechter, indien nodig, een attentiesignaal geven. Zijn echter alle spelers gereed om te starten, dan moet dit signaal achterwege blijven.
  • Als een geldig doelpunt wordt gescoord, na een te vroege start en na een strafpuck zonder doelpunt als resultaat zal het spel direct worden hervat nadat alle spelers zonder talmen naar de eigen doellijn zijn teruggekeerd. De spelers die om een of andere reden niet tijdig naar de eigen doellijn zijn teruggekomen, dienen zulks na de startpuck alsnog te doen alvorens zij aan het spel mogen deelnemen (vrije puck direct aan en in het midden van de 5m-lijn).
  • De speeltijd duurt 2 x 15 minuten, met een pauze van 3 minuten. Als de beide aanvoerders hiermee accoord gaan, of de scheidsrechters dit noodzakelijk achten, zal de pauze worden bekort.
  • Na de pauze wordt van speelhelft gewisseld
  • Tijd die door een bijzondere onderbreking van het spel verloren gaat, moet worden toegevoegd aan de betreffende halve speeltijd. Over de duur hiervan beslissen de scheidsrechters, die de door hen vastgestelde tijd van onderbreking dienen mede te delen aan de hoofdscheidsrechter en aan de tijdwaarnemer. Wordt kort voor de pauze of voor het einde van de wedstrijd een strafpuck toegekend, dan moet het resultaat daarvan worden afgewacht alvorens het spel daadwerkelijk wordt beëindigd. Als tijdens de uitvoering van die strafpuck een overtreding wordt begaan die het opnieuw nemen van de strafpuck noodzakelijk maakt, dan moet ook dit na het verstrijken van de officiële speeltijd geschieden.
  • Stelt de hoofdscheidsrechter vast dat het spel te vroeg is stilgelegd, dan dient hij het spel opnieuw te laten beginnen voor de duur van de tekort gespeelde tijd. Het spel wordt hervat door het nemen van een scheidsrechterspuck op de middenstip. Wordt de eerste speelhelft te laat beëindigd, dan wordt de speeltijd van de tweede helft zodanig bekort dat de duur van de twee speelhelften samen de normale speeltijd van de wedstrijd vormen. Indien de tweede speelhelft te laat wordt beëindigd, zal dit op een der beide wedstrijdformulieren worden vermeld door de hoofdscheidsrechter, met inbegrip van de te veel gespeelde tijd en van andere belangrijke gegevens.
  • Moet bij een gelijkspel tot de beslissing worden doorgespeeld dan wordt na een speelhelft-wisseling een verlening van 2×5 minuten gespeeld, zonder pauze bij het wisselen dan speelhelft. Is na deze verlenging nog geen beslissing gevallen, dan dient direct te worden doorgespeeld tot één van de teams een geldig doelpunt scoort.
  • Bij een verlenging mogen geen andere spelers worden opgesteld.

Hoe de puck gespeeld mag worden

  • Het is toegestaan de puck met de kop van de stick, gebruikmakend van alle zijden daarvan, over de bodem te slaan, te schieten, te tikken, te stoten en voort te schuiven. De stick dient bij het handvat te worden vastgehouden en de scheidingsband tussen kop en handvat mag -tijdens het contact met de puck- niet door de vingers noch door de puck worden overschreden (vrije puck).
  • Het is niet toegestaan de puck met iets anders aan te raken dan met de kop van de stick (vrije puck). De puck mag echter wel tegen de om de stick geklemde wijsvinger rusten. Het vastpakken en/of het verleggen van de puck wordt bestraft met een uitsluiting van 2 minuten.
  • Het is niet toegestaan de puck, op welke wijze dan ook, aan het spel te onttrekken (vrije puck).
  • Het is niet toegestaan de stick gedurende het contact met de puck met beide handen vast te houden (vrije puck).
  • Het is niet toegestaan op de bodem van het bassin te staan (vrije puck). De overtreding blijft strafvrij indien de tegenpartij daarvan geen hinder ondervindt. Als er echter opzet in het spel is met het oogmerk de puck tegen te houden, dan zal deze overtreding gepleegd in het strafpuckgebied direct leiden tot een strafpuck, en in alle overige gevallen tot een vrije puck op de plaats van overtreding.
  • Het is niet toegestaan:

    A. de puck opzettelijk tegen de bassinwand te spelen (vrije puck)

    B. met opzet de puck over de zijlijn te spelen (vrije puck en een uitsluiting van één minuut).

  • Komt de puck in aanraking met een scheidsrechter, dan gaat het spel gewoon door. Indien de puck door een scheidsrechter wordt vastgepakt, ligt het spel stil.

De gedragslijn ten opzichte van de tegenspeler

  • Het is toegestaan de stick te gebruiken om in het bezit te komen van de puck; de tegenspeler mag daarbij niet worden geraakt.
  • Het is niet toegestaan de niet-puckbezitters opzettelijk de weg te versperren (vrije puck wegens obstructie).
    Obstructie:
    Het onder en boven water belemmeren van niet-puckbezittende tegenspelers, op welke wijze dan ook, ten einde zichzelf of het team een betere spelpositie te verschaffen en/of deze niet-puckbezittende tegenspelers de weg naar het doel, naar de puck of naar de puckbezitter te versperren.
  • Het is verboden de tegenspeler te beledigen is woord of gebaar, hem vast te houden, met één of beide armen in te klemmen, te hinderen, hem te verhinderen omlaag te duiken of op te stijgen, het normale gebruik van zwemvinnen, duikbril, snorkel en stick te beletten, hem te slaan of te duwen, tegen hem aan te zwemmen of op een andere wijze gevaarlijk spel te veroorzaken (vrije puck/strafpuck/uitzending, enz. enz. al naar gelang de ernst en de plaats der overtreding).
  • Wordt eenzelfde overtreding herhaald, dan volgt -naast de gebruikelijke straf- een officiële waarschuwing. Deze waarschuwing kan aan het gehele team worden gegeven.
  • Het is verboden de puck tegen het lichaam van een tegenspeler te slaan of te schieten (vrije puck).
  • Bij een grove overtreding in het strafpuckgebied of bij het tegen de regels verhinderen van een zeker schijnend doelpunt in het strafpuckgebied wordt een strafpuck toegekend.
  • De scheidsrechters mogen nooit het spel stilleggen voor een spelovertreding als de overtredende partij daardoor zou kunnen worden bevoordeeld.

Het maken van een doelpunt

  • Een geldig doelpunt is door de aanvallende partij gescoord als de op reglementaire wijze gespeelde puck zich geheel in de doelkolom bevindt of heeft bevonden en daarbij het doelstel raakt of heeft geraakt. De doelkolom is de ruimte boven de doelbak (12 x 300 cm.) tot de bovenzijde van het doelstel (18 cm.). Een door een verdediger in eigen doel gescoord doelpunt -op welke (onreglementaire) wijze dan ook- zal worden toegekend.
  • Na ieder doelpunt wordt het spel hervat met een startpuck, tenzij daartoe de speeltijd ontbreekt.
  • Winnaar is het team dat de meeste doelpunten heeft gemaakt.
  • Onbeslist is het spel wanneer beide teams eenzelfde aantal doelpunten heeft gemaakt, of als geen doelpunten zijn gemaakt.

De vrije puck

  • Een vrije puck wordt toegekend bij:
    • het tegen de regels betreden van het speelveld
    • het niet terugkeren naar eigen doellijn na een startpuck
    • het foutief spelen van de puck
    • het spelen van de puck over de zijlijn en het opzettelijk spelen van de puck tegen de bassinwand
    • een foutieve gedragslijn tegenover de tegenspeler
    • spelophouden en onsportief gedrag
    • een foutieve uitvoering van de vrije puck
    • een foutieve uitvoering van de scheidsrechterspuck
  • De vrije puck dient te worden genomen op de plaats van overtreding, echter nooit minder dan 5 meter van een doellijn en 2 meter van een zijlijn.
  • Direct na het stilleggen van het spel zal de uitvoerende waterscheidsrechter de puck op de voorgeschreven plaats leggen en tegelijkertijd (reeds onder water) -door middel van een stopteken naar de doellijn van de overtredende partij- aangeven welk team die vrije puck mag gaan nemen. Als de andere waterscheidsrechter dezelfde mening is toegedaan, zal deze het gebaar overnemen en dat ziende zal de hoofdscheidsrechter hetzelfde doen. Om aan te geven tot hoever de overtredende partij zich moet terugtrekken, zwemmen beide waterscheidsrechters 3 meter in de richting van de doellijn der overtreders en alle spelers van dat team dienen zich achter de denkbeeldige lijn tussen de beide waterscheidsrechters op te stellen, onder of boven water. De spelers van het niet-overtredende team kiezen positie over het gehele speelveld, onder of boven water. Als beide teams gereedliggen, vervangen de waterscheidsrechters het stopteken door een omhoogsteken van een gebalde vuist ten teken dat de hoofdscheidsrechter het spel snel met een signaal moet hervatten. Als dat onder water hoorbare signaal is gegeven, dient de puck binnen 5 seconden te worden aangeraakt (vrije puck).
  • De speler die de vrije puck neemt, mag niet door een tegenspeler worden gehinderd. De tegenspelers dienen tot het moment van aanraken van de puck door degene die de vrije puck mag nemen, een horizontaal gemeten afstand te bewaren van 3 meter tot de puck (vrije puck).
  • De scheidsrechters mogen geen vrije puck toekennen als de overtredende partij daardoor voordeel krijgt. (de voordeelregel).

De strafpuck

  • Een strafpuck wordt gegeven bij:
    •  een ruw vergrijp ten opzichte van de tegenspeler in eigen strafpuckgebied en
    •  het tegen de regels verhinderen van een zekere kans tot doelpunten in het strafpuckgebied.
  • Voor het nemen van een strafpuck legt één der waterscheidsrechters de puck op de strafpuckstip, 3 meter recht voor het doel der overtreders. Twee aanvallers stellen zich op achter de puck en één verdediger blijft bij zijn doel met één hand aan de bassinwand; allen dien zich boven water te bevinden. Een der waterscheidsrechters stelt zich op in de nabijheid van het doel, terwijl de ander positie kiest bij de aanvallers. Op het signaal van de hoofdscheidsrechter duikt één (of beide) aanvaller(s) naar de puck en de verdediger naar zijn doel, waarna de puck binnen 5 seconden na het signaal van de hoofdscheidsrechter moet zijn aangeraakt . De verdediger moet -tot het moment van aanraken van de puck door een aanvaller- boven of naast zijn doel, met één hand contact houden met de bassinwand .
  • Bij de uitvoering van de strafpuck mogen zich, behalve de twee aanvallers en de verdediger, geen andere spelers onder water of binnen het 5m-gebied bevinden.
  • Het resultaat van een strafpuck kan zijn:
    • een geldig doelpunt
    • geen doelpunt:
      • als de puck op reglementaire wijze geheel buiten het 5m-gebied wordt gespeeld;
      • als de aanvallers een overtreding begaan
In alle gevallen wordt het spel hervat met een startpuck.
  • Bij een overtreding door de verdediger begaan tijdens de uitvoering van een strafpuck, wordt opnieuw een strafpuck toegekend.
  • Indien kort voor het einde van een speelperiode een strafpuck wordt toegekend, dan dient het resultaat daarvan te worden afgewacht alvorens het eindsignaal wordt gegeven.
  • De scheidsrechters mogen geen strafpuck toekennen als de overtredende partij daardoor voordeel krijgt.

De scheidsrechterspuck

  • Wanneer de spelers van beide partijen gelijktijdig een overtreding begaan, het spel te vroeg is beëindigd of op hiervoor nog niet genoemde gronden, van welke aard dan ook, door de scheidsrechters is onderbroken, wordt het spel hervat met een scheidsrechterspuck.
  • Bij een scheidsrechterspuck legt de uitvoerende waterscheidsrechter de puck op de voorgeschreven plaats en reeds onder water maakt hij -door beide armen boven het hoofd te kruisen- zijn beslissing kenbaar. De andere waterscheidsrechter neemt dat gebaar over als deze het met de beslissing eens is, waarna ook de hoofdscheidsrechter zijn armen boven zijn hoofd kruist, ten behoeve van het publiek en andere belanghebbenden. De spelers van beide teams kiezen -met het hoofd aan de oppervlakte- positie tussen hun doellijn en de denkbeeldige lijn, gevormd door de beide waterscheidsrechters ter hoogte van de puck en haaks op de zijlijn. Als beide teams aan de oppervlakte klaarliggen, steken beide waterscheidsrechters een gebalde vuist omhoog, ten teken dat het spel kan worden hervat. De spelers dienen aan de oppervlakte te blijven totdat de hoofdscheidsrechter het startsignaal heeft gegeven (vrije puck).
  • Een scheidsrechterspuck wordt genomen op de plaats waar de puck zich bevond op het moment dat het spel onderbroken, echter nooit dichter dan 5 meter van de doellijn en 2 meter van de zijlijn.

De tijdelijke en de definitieve uitsluiting

  • Bij onsportief optreden moet de scheidsrechter de schuldige speler waarschuwen. Bij herhaling daarvan wordt de speler het spel ontzegd. Bij een zwaar vergrijp mag een speler zonder voorafgaande waarschuwing worden uitgesloten. Wordt het spel onderbroken op grond van onsportief optreden, dan laten de scheidsrechters het spel weer aanvangen met een vrije puck of met een strafpuck. Gaat door de onderbreking speeltijd verloren, dan kan deze aan de betreffende halve speeltijd worden toegevoegd.
  • Onsportief optreden van een speler, coach of assistent tegenover de wedstrijdleiders moet in alle gevallen worden bestraft met een vrije puck en uitsluiting van de overtreder(s).
  • Belediging of beschimping van één of meer scheidsrechters en/of andere wedstrijdleiders leidt direct tot een definitieve uitsluiting.
  • Bij de uitsluiting bestaan de volgende mogelijkheden:
    • voor de aanvang van de wedstrijd:  uitsluiting van de betreffende speler, maar het team mag door aanvulling met een reserve-speler nog voltallig aantreden;
    •  tijdens de rustpauze:   uitsluiting van de betreffende speler, het team heeft een wisselspeler minder, maar mag voltallig in het water komen;
    • tijdens het spel vanaf de wisselplaats:  uitsluiting van de betreffende wisselspeler, het team moet gedurende de tijd van uitsluiting met 5 spelers in het water aantreden. De aanvoerder bepaalt welke speler het water zal verlaten;
    • tijdens het spel in het water:  uitsluiting van de betreffende speler, het team speelt met één speler minder in het water;
    • op de strafbank door een tijdelijk uitgesloten speler:   verzwaring van de tijdstraf tot 2 minuten, of tot een: definitieve uitsluiting van de betreffende speler; het team mag weer voltallig in het water komen als de tijd van de tijdelijke uitsluiting van die speler is verstreken.

      De hoofdscheidsrechter dient erop toe te zien dat in alle gevallen de namen van de gestrafte spelers en de reden van uitsluiting op het betreffende wedstrijdformulier worden vermeld.

  • Het uitsluiten van een speler geschiedt voor één minuut, 2 minuten of voor de rest van de speeltijd. De derde uitsluiting van een speler voor overtredingen van dezelfde aard zal voor de rest van de wedstrijd moeten zijn. De straftijd gaat in op het moment dat betrokken speler op de strafbank heeft plaatsgenomen. Is de tijd van uitsluiting bij het beëindigen van de 1e speelhelft of bij verlenging van een beslissingswedstrijd nog niet verstreken, dan moet de betreffende speler de rest van de tijdelijke uitsluiting boeten in het begin van de 2e speelhelft. Gedurende de tijd van uitsluiting is het de gestrafte speler in geen geval veroorloofd zich in woord of gebaar te bemoeien met de wedstrijd.
  • De beëindiging van de tijd van uitsluiting zal de speler door de tijdwaarnemer worden medegedeeld. De speler dient zich dan in het water te laten glijden.

De wedstrijdleiders

  • Het spel wordt geleid door een hoofdscheidsrechter en twee waterscheidsrechters, eventueel bijgestaan door een tijdwaarnemer en een secretaris.
  • De hoofdscheidsrechter is -samen met de waterscheidsrechters- verantwoordelijk voor de algehele spelleiding.
  • De scheidsrechters mogen in principe tijdens de wedstrijd niet door andere scheidsrechters worden vervangen.
  • Voor de scheidsrechters begint het toezicht op het gedrag van de spelers bij het betreden en eindigt bij het verlaten van het zwembadcomplex.
  • De scheidsrechters controleren voor de aanvang van de wedstrijd het gehele speelveld en de uitrusting van de spelers. Zij laten de wedstrijd beginnen en eindigen, en zij hebben het recht om het spel te onderbreken en te staken. Zij blijven -zo mogelijk- in de nabijheid van de puck, waken over de naleving van de spelregels en beslissen zelfstandig. Gedurende de wedstrijd zijn hun beslissingen onaanvechtbaar.
  • De hoofdscheidsrechter moet via een onder- en bovenwater communicatiemiddel begin, stillegging of hervatting van het spel aangegeven bij:
    • de uitvoering van de startpuck, de vrije puck, de strafpuck en de scheidsrechterspuck;
    • een doelpunt, het einde van de eerste speelhelft en van de wedstrijd;
    • een overtreding van de spelregels, onder en boven water.
  • De secretaris, gezeten aan de wedstrijdtafel, verricht de nodige administratieve werkzaamheden en hij/zij is verantwoordelijk voor het schriftelijk bijhouden van de gescoorde doelpunten en voor alle overige punten die betrekking hebben op de wedstrijd en die naar de mening van de hoofdscheidsrechter genoteerd en afgeroepen moeten worden. Voor het bekendmaken van het scoreverloop moet hij/zij kunnen beschikken over een scorebord, dat vanuit het gehele speelveld zichtbaar is.
  • De tijdwaarnemer, gezeten aan de wedstrijdtafel, controleert:
    • de speeltijd;
    • de duur van de pauze;
    •  de tijd van uitsluiting van gestrafte spelers

      Het einde van de eerste speelhelft en van de wedstrijd geeft hij/zij nauwkeurig door aan de hoofdscheidsrechter, door het hoorbaar afroepen van de laatste vijf seconden. Onreglementair wisselen wordt door de tijdwaarnemer onmiddellijk gemeld aan de hoofdscheidsrechter; beiden maken daarover voor de aanvang van de wedstrijd sluitende afspraken. De tijdwaarnemer dient met goede tijdwaarnemingsapparatuur te zijn uitgerust, waardoor hij/zij in staat is zowel de speeltijd als de straftijd van tenminste drie tijdelijk uitgesloten spelers te registreren.

  • De scheidsrechters zullen duidelijk voor spelers, begeleiders en publiek aangeven wat hun beslissing is. De volgende gebaren dienen uniform te worden gebruikt:

    A. twee handen boven water, hoofd naar rechts: waterscheidsrechter gereed voor startpuck;

    B. één gestrekte arm resoluut omhoog (het spel is gaande): hoofdscheidsrechter moet direct spelonderbreking bekendmaken:

    C. twee armen gekruist boven het hoofd: scheidsrechterspuck;

    D. een gebalde vuist omhoog (het spel ligt stil): hoofdscheidsrechter moet het spel direct hervatten;

    E. twee gestrekte armen wijzen naar een doellijn: doelpunt;

    F. zwaaien met een arm boven het hoofd: annuleren van een doelpunt;

    G. één arm buigen en strekken boven het hoofd: strafpuck;

    H. met één gestrekte arm een stopteken maken naar de doellijn der overtreders (onder en boven water), gevolgd door het omhoogsteken van diezelfde arm met een gebalde vuist: hoofdscheidsrechter moet spel hervatten na een vrije puck;

    I. wijzen naar de overtreder, met de andere hand een vuist maken en met de binnenzijde naar voren omhoogsteken, capnummer en kleur en de reden aan de hoofdscheidsrechter mededelen: officiële waarschuwing;

    J. één of twee vingers opsteken, met de andere hand wijzen naar de overtreder(s) en de reden mededelen aan de hoofdscheidsrechter: uitsluiting voor één of twee minuten;

    K. wijzen naar de overtreder, met de andere hand een liftende beweging maken en de speler naar de hoofdscheidsrechter volgen, reden mededelen: definitieve uitsluiting;

    L. met de beide onderarmen boven water de letter T vormen in de richting van de hoofdscheidsrechter en de tijdwaarnemer: tijdwaarneming onderbreken.

  • De scheidsrechters en hun helpers -de wedstrijdleiders- zijn verplicht zich een goede kennis van de spelregels eigen te maken, niet alleen naar de letter, maar zeker ook naar geest. Zij zorgen dat het spel op een waardige wijze verloopt.
  • De wedstrijdleiders dragen sportieve kleding.